× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Volkstelling (1566)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

Brueghel heeft zijn schilderij opgebouwd volgens de gulden snede. De boom links verdeelt het in twee verticale vlakken, ongeveer in de verhouding 1:2. In het smalle linkervlak zien we op de voorgrond de gevel van een huis, waar mensen samenscholen; in de verte het gedeelte van het dorp aan de overkant van de rivier, waar ook de kerk staat. Vervolgens loopt er een denkbeeldige horizontale lijn op 2/5 van onderen, aangegeven door de karren, het rijtje personen achter Maria, de rooilijn van het losse huisje rechts, en de waterkant. Op het resterende, grote vlak speelt zich het leven van de mensen af die met van alles bezig zijn. Toch gaf Brueghel zijn schilderij de titel mee ‘De Volkstelling’.

Gevolg van deze compositie is wel dat het heilsgebeuren zich volkomen onopgemerkt afspeelt in de marge van het gewone leven. We bevinden ons te Bethlehem. Het huis links waar de mensen samendrommen, is dus het inschrijfkantoor voor de volkstelling. Onopvallend naderen Jozef en Maria het kantoor; zij zijn herkenbaar aan het feit dat zij op een ezeltje zit, en hij een os aan een touw meevoert. Ook de andere duidelijke verwijzing naar God, het kerkje, staat niet in het centrum, maar terzijde, ver weg, aan de overkant; slechts een enkeling, gaat er naar binnen, schijnt het.

Het is ijzig koud. Overal ligt sneeuw, alle water is stijf bevroren, je kunt er overheen lopen, zelfs met zware vrachten; je kunt er op schaatsen en spelen (er zijn zelfs twee jongens op aan het tollen!). De bomen staan er kaal bij, een late rode winterzon staat op het punt onder te gaan. Overal heerst bedrijvigheid, ieder is in de weer met zijn eigen bezigheden.

Het is boeiend om de figuurtjes langs te gaan en te zien wat ze aan het doen zijn. Sta ik er ook ergens op? Zoals gezegd, gaat een enkeling naar de kerk. Mensen lopen met zware lasten op hun rug over het ijs, de een of ander gebruikt een slee. Aan deze kant van de rivier, enigszins op de achtergrond, een herberg, herkenbaar aan het uithangbord aan de boom. Daaronder worden zelfs in deze ijzige kou gasten buiten aan tafel bediend. Voor de deur drommen ook daar mensen samen. Daar zal straks geen plaats meer zijn voor Jozef en Maria. Zullen ze dan overnachten in die open, gure schuur in aanbouw daar tegenover? En daar weer achter, met opgestoken staken, zijn dat geen soldaten? We zien kinderen die elkaar inzepen met sneeuw, of sneeuwballen kneden, of ze maken een glijbaan. Een vrouw met breedgerande hoed (of toch een man?) is in de hof bezig naast het huisje. Het is getekend met een kruis: is het een kluizenaar of kluizenares? Bij het drukke inschrijfkantoor worden beesten geslacht (varkens nog wel), koeken gebakken en bierkruikjes gevuld. En temidden van dit alles, volkomen onopgemerkt door wie dan ook, dat echtpaar met dat ezeltje en die os. Het is dat wij het verhaal kennen, anders zouden we het schilderij hebben aangezien voor een gewoon winterlandschap.


Wat zegt Brueghel hier nu mee? Wil hij ons laten zien hoe het verhaal van Jozef en Maria in zijn werk ging, dichterbij gehaald door het te plaatsen in het kader van zijn eigen tijd? Is hij vol bewondering voor God die stilletjes dwars door het gedoe en de bedrijvigheid van de mensen zijn eigen draden weeft, zijn eigen plan aan het volvoeren is, zonder dat iemand het ook maar in de gaten heeft. Niemand! Hoe kon dat ook? Niemand wist ervan, of was er op voorbereid.

Maar Brueghels tijdgenoten die het schilderij zagen, wisten er wel van. Net als wij! Wij herkennen Jozef en Maria wel degelijk. En nu dat zo is, hoe reageren wij nu? Verandert dat iets aan onze levenswijze? Staan wij dus niet op het schilderij, want daar is er niemand die aandacht geeft aan Jozef en Maria.

Of is het schilderij een aanklacht tegen de maatschappij van zijn dagen die de godsdienst naar de marge van de samenleving wegdrukt? Neemt hij het zijn tijdgenoten (en ons!?) kwalijk dat wij in het geheel geen acht slaan op de stille werkzaamheid van God in ons midden? Is het daarom zo koud overal? Omdat de warmte nog moet komen in de persoon die aanstaande nacht geboren gaat worden? Gaat daarom de zon onder? Omdat er morgen een geheel andere zon zal opgaan? Staan daarom de bomen kaal en naakt en staat daarom dat figuurtje bij het losse huisje tevergeefs naar de dode aarde te staren? Omdat er in stilte een geheel nieuwe schepping wacht tot ze openbaar zal worden? Liggen er daarom hooischelven klaar in de hoek, om te verwijzen naar het ware brood dat op komst is? Worden er daarom onreine varkensgeslacht omdat degene eraan komt die alles rein zal maken? Gaan er daarom overal mensen gebukt onder zware lasten? Omdat nog geboren moet worden degene die zeggen zal: “Komt allen tot Mij die uitgeput bent en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht." (Matteus 11,28-30). Wordt de horizon daarom afgesloten door een kasteelruďne (het oude huis van David?)? Omdat er straks een geheel nieuw huis gebouwd zal worden: “Hij heeft onder ons zijn tent opgeslagen”?

Maar dat alles gaat nu nog schuil in de schoot van de vrouw daar op het ezeltje, volkomen onzichtbaar. De mensen (wij!?) zullen nog opkijken…!

[ca 1569, Pieter Brueghel paneel; België, Brussel, Museum voor Schone Kunsten. Dries van den Akker s.j. / 2006.12.26]

Verwijzingen
Lukas 02,01-05
Jaar A+B+C: Kerstmis (nachtmis)
Feest 25 december 0001: Jezus-Geboorte

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 3 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties