× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Doop van Jezus (1400) I   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

De kunstenaars hebben het muuroppervlak ingedeeld in twee horizontale lagen. Bovenin: de hemel; deze beslaat ongeveer een kwart van de afbeelding. De overige driekwart is bestemd voor wat zich op aarde afspeelt.

Daar zijn wij getuige van Jezus’ doop in de Jordaan door Johannes de Doper. Jezus staat tot aan zijn knieën in het water, de handen eerbiedig gevouwen in gebed, juist zoals de evangelist Lukas ons dat vertelt: ‘… toen Hij in gebed was’. Een doorschijnende lendendoek bedekt delicaat zijn schaamte. Zijn blik is naar de hemel gericht. Vandaar daalt een duif op Hem neer, zichtbare gestalte van de Heilige Geest. Deze is afkomstig van God de Vader die vanuit zijn gouden kring van serafijnen en engelen zich voorover buigt en naar beneden kijkt; zijn handen houdt Hij zegenend boven Jezus. Uitbeelding van de woorden die Hij volgens de evangelies bij die gelegenheid sprak: “Jij bent mijn veelgeliefde Zoon; in jou heb Ik mijn welbehagen.” Zo wordt zichtbaar gemaakt hoe er in Jezus een verbinding ontstaat tussen hemel en aarde. In Hem daalt de hemel neer op aarde onder de mensen.

De mensen op aarde gaan uiteen in twee groepen. Links een groep heiligen, herkenbaar aan hun geknielde houding van aanbidding. Ten overvloede is elk van hen door de schilders nog eens voorzien van een heiligenkransje rond het hoofd. Voorop menen wij Petrus te herkennen met zijn witte haren in een krullerig kransje. Hij houdt Jezus’ gewaad vast.

Dat is natuurlijk niet overeenkomstig het evangelieverhaal. Ook historisch gesproken kan dit niet, want Jezus kreeg pas volgelingen enige tijd na zijn doop. De schilders willen blijkbaar niet alleen een illustratie bieden bij het verhaal van Jezus’ doop, maar er ook de betekenis van duidelijk maken. De komst van Jezus heeft onderscheid gebracht tussen de mensen, tussen hen die Hem wél en die Hem níet volgen. Aan Jezus’ rechterhand bevinden zich reeds zijn latere volgelingen. Zij hebben net als Hij hun blik ten hemel geheven. Ze worden aangevoerd door Petrus die dan ook namens de heiligen (= ‘zij die gered worden’) Jezus kleed draagt. Dat gegeven doet denken aan de profeet Elia die zijn profetenmantel overdraagt aan zijn leerling Elisa. Juist zo draagt Jezus hier het goddelijk kindschap waarmee Hij bekleed is, over aan zijn volgelingen! ‘Bekleed u met de nieuwe mens, en houdt u naar de Heer gewend’, zal Paulus later in een brief schrijven (vgl. Kolossenzen 3,10). Zo is de afbeelding van de doop tegelijk een verrijzenistafereel.

Aan de andere kant staan – met uitzondering van Johannes de Doper – degenen die Jezus niet volgen. Zij zien wel toe, maar bekeren zich niet. Ook hun blikrichting onderscheidt hen van Jezus’ volgelingen. Ze hebben dan ook geen heiligenkransje, en – wat meer is – ze blijven staan en knielen niet. Ze zijn rijk gekleed. Een van hen draagt een valk op zijn hand, teken dat hij van adel is.

Johannes staat weliswaar aan hun kant, maar is op vele manieren van hen onderscheiden. Hij heeft een heiligenkransje, en gaat in tegenstelling tot de mensen achter hem, op blote voeten. In de middeleeuwse kunst is dat vaak symbool van het volgen van Jezus. Bovendien is uiteraard heel zijn persoon betrokken op Jezus. En tenslotte maken de schilders nog een subtiel onderscheid tussen Johannes de Doper en Jezus’ volgelingen enerzijds, en degenen die op afstand toekijken anderzijds. Bij de laatste groep zien we kale rotsgrond boven hun hoofden, alsof ze worden gedomineerd door het aardse. De anderen (ook Johannes de Doper!) steken met hun hoofden boven de aarde uit. Sterker, nu valt ons pas op hoe er aan de kant van Jezus’ volgelingen een boompje groeit dat tot in de gouden gloed van de hemel reikt. We moeten denken aan de woorden van Jesaja: ‘Want zoals de regen en de sneeuw uit de hemel neerdalen en daarheen pas terugkeren, wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht en met planten bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven aan de zaaier en brood aan de eter, zo zal het ook gaan met mijn woord, dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug, maar pas wanneer het gedaan heeft wat Mij behaagt en alles heeft volvoerd, waartoe Ik het heb gezonden.’ (55,10-11).

En waar sta ik?

[14e eeuw; gebr. Salimbeni, wandschildering; Italië(?) / Dries van den Akker s.j. / 2007.01.06]

Verwijzingen
Matteus 03,13-17: Jaar A door het jaar 01 (Doop van de Heer)
Markus 01,07-11: Jaar B door het jaar 01 (Doop van de Heer)
Lukas 03,16-16.21-22: Jaar C door het jaar 01 (Doop van de Heer)
Kersttijd 06 januari

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 3 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties