Overzicht HH  m Vertel verderm Contact

        De website met meer dan 435 beeldmeditaties        

WelkomVasten '14KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...SJ-links
Mijn Jezus zou... (1890)Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

afb 

We staan in de hof binnen de kloostergang van de Utrechtse domkerk. Deze is van oudsher aan Sint Maarten (Martinus) toegewijd. In de topgevels boven de kruisbogen zijn scènes uit de legenden van Martinus afgebeeld. Sint Maarten werd in 371 tot bisschop van Tours gekozen. Tegen de zin van de omringende bisschoppen, maar op uitdrukkelijk verzoek van het volk. In die tijd hoorde men in het verlangen van het kerkvolk nog de stem van God (‘vox populi, vox Dei’). Verreweg de meeste bisschoppen in die vroege tijd waren afkomstig uit de hogere kringen. Ze gedroegen zich er vaak naar. Hij lag herhaaldelijk met ze overhoop. Martinus, zoon van een soldaat, is zijn leven lang man van het volk gebleven, met een pastoraal hart en oog voor de armen. Beroemd is het verhaal hoe hij nog als soldaat en geloofsleerling zijn mantel deelde met een bedelaar. Als bisschop zou hij eens zijn kostbare tabberd aan een bedelaar hebben meegegeven; in een gênant aftands geval droeg hij vervolgens de mis op. Herhaaldelijk trok hij van Tours naar Trier om de keizer te bewegen af te zien van represailles tegen opstandige en ketterse elementen. Toen hij, ruim tachtig jaar oud, op sterven lag, jammerden zijn mensen: “Vader, we kunnen u niet missen.” Hoewel doodop, verzuchtte Martinus: “Als ik moet blijven leven, ga ik het karwei niet uit de weg (non recuso laborem).”

De afbeelding maakt iets van Martinus’ spiritualiteit zichtbaar.

De kunstenaar stond een driehoekige ruimte ter beschikking. In het midden zien we links Martinus, herkenbaar aan zijn mijter en bisschopsstaf. Hij staat onder een kruisboog, aanduiding voor Martinus’ kloostercel. Tegenover hem, rechts, staat een majesteitelijke gestalte in een lang vallende koninklijke mantel, afgezet met een bontrand. Hij heeft een kroon op het hoofd. Rond zijn hoofd een heiligenkrans, bestaande uit een dubbele rij parels. Van onder zijn mantel zien we hoe nog juist een drakenstaart te voorschijn komt. Hij is blijkbaar de verleider. Om de leugenachtigheid van zijn woorden zichtbaar te maken, toont de kunstenaar hoe uit zijn mond een verschrikkelijk monster te voorschijn komt. Met zijn rechterhand weert hij het gebaar af dat Martinus maakt. Martinus heeft zijn rechterhand geheven met de twee vingers omhoog, het traditionele gebaar dat zowel zegen als goddelijk onderricht uitdrukt. Boven deze scène is de ware Christus afgebeeld. In de linkerhand houdt Hij de wereldbol, ten teken dat Hij koning is over het heelal. Ook Hij maakt met zijn rechterhand het gebaar van zegen en goddelijk onderricht. Links opzij zit een knielende gestalte die met een boek onder de arm toeziet. Misschien de opdrachtgever die zichzelf heeft laten afbeelden als een leerling van Martinus.

De legende bij deze afbeelding vertelt dat Martinus bijzonder begaafd was in het onderscheiden van de geesten. Zo was hij eens aan het bidden, toen hem een stralende gestalte verscheen. De verschijning had een purperen mantel aan, de kleding die bij een vorst paste, en op het hoofd een gouden kroon, afgezet met edelstenen. Zijn houding was waardig en met een vriendelijk rustig gezicht sprak hij Martinus aan: “Martinus, ik ben Christus, die jij al zo lang vereert. Je gebed is verhoord: eindelijk ben ik dan teruggekomen op aarde. En omdat jij mijn grootste vereerder bent, ben ik meteen naar jou toegekomen, zodat jij mij als eerste hulde kunt brengen.” Maar Martinus reageerde in het geheel niet. Dus nam de gestalte weer het woord, nu met iets meer aandrang: “Martínus, heb je me misschien niet verstaan? Kijk, ik ben Christus. Ik ben naar je toegekomen. Daar heb je immers al zo lang om gevraagd in je gebeden. Welnu, daar ben ik!” Maar Martinus reageerde nog niet. “Martinus?” Nu boog de gestalte zich nog iets verder naar Martinus toe. “Martinus, wat scheelt eraan?”

Toen richtte Martinus zich tot de verschijning: “Als mijn Heer Jezus op aarde terug zou keren, zou Hij niet in purper gekleed gaan en Hij zou zeker geen kroon op zijn hoofd zetten. Hij zou niet komen om gediend te worden, maar om te dienen. U kunt mijn Christus niet zijn.”

Daarop verdween de verschijning, maar – aldus de legende – hij liet in de cel van Martinus een afschuwelijke stank achter.

Geeft Martinus mij hier niet een bijzonder kostbaar hulpmiddel in handen, waarmee ook ik in mijn wereld kan onderscheiden of iets van Christus komt?

[ca 1890, Cuypers, steenreliëf topgevel; Nederland, Utrecht, Domkerk St-Martinus, kloostergang. Dries van den Akker s.j. / 2010.11.11]

Verwijzingen
Matteus 04,01-11: Jaar-A 40-dagentijd 01e zo
Markus 01,12-13: Jaar-B 40-dagentijd 01e zo
Lukas 04,01-13: Jaar-C 40-dagentijd 01e zo
Matteus 24,05: -
Markus 13,06: -
Lukas 21,08: Jaar-C door het jaar 33e zo
Door het jaar 34e week di
Feest 11 nov 0397 Martinus-Tours

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 31 mrt 2011

Over beeldmeditaties Voorbereiding op een meditatie Inrichting website Leeswijzer Verantwoording
Bezoek ook eens www.heiligen.net. Interessant!