× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Maria ten hemelopneming (1600)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

mi_1 

mi_2 

In dit glasvenster zijn minstens drie verhalen samengebracht: onderaan 1. het sterfbed van Maria; daarboven 2. Maria ten hemelopneming, en daar weer boven 3. de kroning van Maria in de hemel. Wij zullen ons hier vooral beperken tot de onderste helft.

Bij de onderste helft: Maria’s dood en ten hemelopneming.

De kunstenaar heeft zijn afbeelding onderverdeeld in twee horizontale lagen. In de onderste laag zien we Maria’s sterfbed. Maria, in een hemels blauw kleed, ligt in haar volle lengte uitgestrekt op een rode katafalk. Haar lichaam is veel langer dan dat van de apostelen die om haar heen staan. Dat zegt natuurlijk iets over haar ware grootheid in de ogen van God en de gelovigen.

Destijds, toen zij door de engel was uitgenodigd de moeder van de Heer te worden, had zij zichzelf ‘klein’ en ‘gering’ genoemd: “Ik zing van ganser harte voor de Heer; van vreugde juicht mijn ziel om God mijn Redder, daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid van zijn dienstmaagd.” Maar even verderop in datzelfde lied zong zij: “Arme en kleine mensen maakt Hij groot” (Lukas 01,46-55). Mij dunkt dat de kunstenaar dat hier in beeld heeft gebracht.

Ik sta stil bij dat geheim, en ga na in hoeverre die kleinheid en de door de Heer bewerkte grootheid ook op mij van toepassing zijn.

De gestorven gestalte van Maria vormt het middelpunt van de compositie. Dat wordt nog eens versterkt door de leerlingen: de aandacht van alle aanwezigen gaat uit naar haar. Midden achter Maria menen wij de staande figuur van Petrus te herkennen aan zijn grijswitte krullige haar en baard. De leerling naast hem houdt het boek op waar Petrus enigszins naar toe gebogen staat om voor te gaan in gebed. Heeft hij daarbij de handen gevouwen? Of heeft hij de handen gevouwen rond de handen van Maria?

Rechts van Petrus, precies boven het gezicht van Maria, in rood gekleed, de jeugdige Johannes. Hij heeft een lange palmtak in de hand. Dat is opvallend, want in de christelijke kunst wordt die alleen gegeven aan martelaars, gelovigen die gedood zijn omwille van Christus. Een van de eerste kerkvaders, Origenes († 254), meende dan ook dat men Maria als martelares mocht vereren. Had de oude Simeon bij Jezus’ opdracht in de tempel niet tegen haar gezegd dat omwille van dit kind, Christus, een zwaard haar hart zou doorboren (Lukas 02,35)?

[H.BAKELS 'Nieuwtestamentische Apocriefen of het nadere over Jezus zijne Ouders en Apostelen en andere (voornamelijk nieuwtestamentische) personen, volgens schrijvers vooral uit de eerste twee eeuwen onzer jaartelling in Twee Deelen; Deel II, Amsterdam, 1923 p.41]

In dit geval heeft de palm echter een andere functie. In de legende over Maria’s heengaan wordt verteld hoe een engel aan de stervende Maria belooft dat haar lichaam niet zal worden prijsgegeven aan het bederf van de dood. Als onderpand krijgt zij een palmtak aangereikt. In het verloop van het verhaal draagt zij die palm steeds met zich mee. Na haar dood is het de vraag wie van de apostelen die palm mag dragen. Ik citeer uit de vertaling van Oussoren en Dekker [‘Buiten de Veste’ Vught, Skandalon & Plantijn, 2008 p:572]: ‘Toen legden de apostelen dus het heilig lichaam op een baar en zeiden tot elkaar: “Wie gaat deze palm voor haar uitdragen?” Toen zei Johannes tot Petrus: “Jij die in het apostelschap ons voorgaat, moet deze palm voor haar uitdragen!” Petrus antwoordde hem: “Uit ons midden ben jij als enige door de Heer uitverkoren als maagd, en je hebt zo grote genade gevonden dat je tegen zijn borst aan hebt mogen liggen; en terwijl Hij voor ons heil aan de stam des kruises hing, heeft Hij met eigen mond haar aan jou toevertrouwd; dus moet jij deze palm dragen…”’

Aan Maria’s hoofdeind staat een leerling die een processiekruis draagt, juist zoals dat tot op de dag van vandaag gebruikelijk is in de liturgie van de uitvaart. Bij het binnen- en uitdragen van de overledene in de kerk gaat het kruis voorop. Tegenwoordig wordt er soms in de begeleidende gebeden uitdrukkelijk naar het kruis verwezen: Bij de absoute, het afscheidsgebed voor de overledene, klinken de woorden: “Wij geloven dat de dood niet het einde is; wij houden ons oog gericht op het kruis van Christus.” Aan Maria’s voeteneind zien wij een leerling met wijwatersvat en –kwast. Ook dat is in de liturgie van de overledene nog steeds gebruikelijk. Het wijwater herinnert aan de doop met het doopwater dat werd gezegend in de paasnacht, symbool van de opstanding uit de dood.

Op de voorgrond drie leerlingen, geknield op een bidstoel, elk in eigen gebedshouding; de linkse leest mee in een boek, de middelste met de armen gekruist voor de borst, en de rechtse met de handen vroom gevouwen. De laatste twee hebben een opengeslagen boek voor zich liggen op de bidstoel. Alles bijeen zijn er dus vier boeken aanwezig bij dit gebeuren. We mogen aannemen dat de kunstenaar hiermee verwijst naar het aantal evangelies. Zou hij daarmee ook willen onderstrepen dat dit tafereel van Maria’s afsterven, hoewel niet in de evangelies doorverteld, wel degelijk daarin thuishoort?

In de bovenste laag van deze afbeelding zien we Jezus met de ziel van Maria op zijn arm. De gouden lichtkrans, omgeven door een wolkenrand die weer naar alle kanten uitstraalt tegen een felrode achtergrond, laat zien dat het om de hemelse Jezus gaat. Even krijgen we het onzienlijke te zien: de goddelijke kant van de werkelijkheid. Prachtige omkering: ooit droeg Maria Hem als kind op haar arm. Hoe vaak is dat niet afgebeeld in de christelijke wereld. Nu zijn de rollen omgedraaid: nu heeft Híj háár als een kind op de arm. We denken aan psalm 131: ‘Verstild ben ik en gerust. Geborgen als een kind bij zijn moeder. Zo ben ik: als een kind.’

Een laatste blik op de totale afbeelding

Nog één keer richten we onze blik op de totale voorstelling. Boven het door ons bekeken tafereel zien we hoe Maria in de hemel tot koningin wordt gekroond. Zij die ooit van zichzelf zong dat ze nederig en klein was, maar groot gemaakt door Gods genade…

Ik mag hier getuige zijn van een blijde boodschap. Dit alles valt niet alleen ten deel aan de moeder van de Heer. Nee, dit is een uitbeelding van ieders uiteindelijke bestemming. Ik laat de mensen aan mij voorbijgaan die reeds overleden zijn, en aan wie ik zoiets als hier staat afgebeeld van harte zou gunnen: dat ze zich (eindelijk?) bemind mogen zien, en dat hun koninklijke waardigheid (alsnog?) aan het licht mag komen. Ja, ik mag geloven dat dat ook de uiteindelijke bedoeling van mijn leven is. Dat ik – hoe ikzelf of anderen ook over mij denken – thuishoor in de wereld van God, het liefhebben waard, en drager van grote dingen. Dat is nu al waar in het verborgene. Ooit zal het geopenbaard worden. Kijk maar!

[16e eeuw, glasschilderkunst; Frankrijk, Bretagne, Spézet, chapelle Notre Dame du Cran (= OLV van het Eikenbos);
Dries van den Akker s.j. 2009.08.13]

Verwijzingen
Feest 15 aug 0048: Maria-dood-en-hemelopneming
(nog aan te vullen)

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 3 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties