× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Ga open (1800)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

De kunstenaar plaatst zijn ontmoeting tussen Jezus en de doofstomme voorop in het midden van de afbeelding. Hij zet de twee zelfs op een heuveltje, zodat de omstanders nog verder naar achter en omlaag lijken te staan. Wat opvalt is de dynamiek die de kunstenaar aan Jezus’ houding meegeeft. Jezus doet een stap naar voren en raakt met de vingers van zijn linkerhand het oor aan van de zieke. Met de rechter wijsvinger reikt Hij naar de mond van de jongen. Daarmee zal Hij dadelijk zijn tong aanraken. De patiënt lijkt enigszins terug te deinzen. Treffend hoe in zo’n genezing een uiting werd gezien van de strijd tegen het kwaad. De kunstenaar is er uitstekend in geslaagd dat uit te beelden.

Degenen die de zieke bij Jezus brengen – zo staat er – vragen dat Hij hem de handen oplegt. Dat is verrassend. Want een doofstomme werd als onrein beschouwd. Zo iemand mocht je niet aanraken. Handoplegging was vooral een gebaar van zegening. Maar het was ook het gebaar waarmee de zonden van de mensen op de zondebok werden overgedragen, voordat deze de woestijn werd ingejaagd om daar – beladen met onze zonden – te sterven (Leviticus 16,21). Het is waarschijnlijk dat bij dit ritueel de dienstdoende priester het dier niet aanraakte, maar zijn handen er vlak boven hield. Met dit gegeven in het achterhoofd beseffen we dat de reactie van Jezus des te verrassender is. Want Hij beperkt zich niet tot het opleggen van de handen. Hij begint ermee de zieke uit de groep te halen en apart te nemen… Maar laat ik zo precies mogelijk de Griekse tekst volgen om te horen in welke bewoordingen Markus de genezing door Jezus in beeld brengt. Jezus doet namelijk drie keer twee dingen.

Ten eerste ‘hem uit de groep apart genomen hebbend, wierp Hij (zo staat het er!) zijn vingers naar zijn oren’;

vervolgens ‘gespuugd hebbend, greep Hij zijn tong vast’;

en tenslotte ‘opgezien hebbend naar de hemel, zuchtte Hij diep en zei hem: “Effata”, wat is: “Ga open”.

Jezus gaat hier uiterst lijfelijk te werk. In weerwil van alle geldende wetten die zeiden dat je door aanraking van een onreine zelf onrein werd. Zou dat er de reden van zijn dat Jezus met nadruk verbiedt er met anderen over te spreken? Omdat Hij anders in de ogen van zijn gelovige, wetgetrouwe tijdgenoten zelf als een onreine behandeld en gemeden moest worden? Of moeten we dat spreekverbod toch meer beschouwen in het licht van de toen geldende Messiasverwachting? Was Jezus bang dat de mensen in Hem de Messias zouden herkennen, voordat Hij zijn weg ten einde toe was gegaan? Hij leerde immers zijn leerlingen dat déze Messias eerst moest lijden en sterven en zó tot zijn bestemming moest komen. Indien men Hem nú al als Messias zou gaan vereren, was het gevaar groot dat het wezenlijke lijden en sterven overgeslagen zou worden.

Hoe dan ook, de mensen brengen zijn optreden wel degelijk in verband met de Messiasvoorspellingen zoals ze die kenden uit hun profeet Jesaja: ‘Hij heeft alles welgedaan. Hij laat doven horen en stommen spreken.’

Intussen schuilt er een prikkelende paradox in het feit dat de stomme eindelijk spreken kan en meteen een spreekverbod krijgt opgelegd!

Kijken we nog even naar de andere afgebeelde personen. De eerste groep op de achtergrond ziet gespannen toe. De groepjes nog verder weg lijken in beslag genomen te worden door hun eigen bezigheden. Ze schijnen het wonder dat even verderop plaatst vindt, in het geheel niet op te merken. Dat op zich is al een groot mysterie. Dat het leven elders gewoon doorgaat, terwijl hier de grootste wonderen gebeuren.

En ik? Herken ik om mij heen mensen die doof en stom zijn (of waren), en weer tot horen en spreken zijn gebracht? Of misschien zijn er wel plekken in mijn eigen persoon die hermetisch gesloten zijn, waar Jezus’ handoplegging nodig is om open te gaan. Ik probeer mij voor te stellen hoe het zou zijn, als Jezus zijn genezende hand zou leggen op mijn pijnlijke, kwetsbare plekken.

[18e eeuw, gravure: in Schrift 66; Dries van den Akker s.j./2009.08.22]

Verwijzingen
Markus 07,31-37: Jaar B door het jaar 23e zo
Door het jaar 05e week vr

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 3 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties