Overzicht HH  m Vertel verderm Contact

        De website met meer dan 435 beeldmeditaties        

WelkomVasten '14KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...SJ-links
De verloren zoon (2000)Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

afb 

De kunstenaar vat het verhaal van de Verloren Zoon samen in dit ene beeld. Een beeld in drie lagen. De bovenste laag wordt gevormd door het gezicht van vader; de middelste door het hoofd en de hand van de zoon; de onderste door de hand van vader, en – veel minder nadrukkelijk – door de hand van de zoon die onder de linkerarm van vader te voorschijn komt. Waar de zoon zich vastklampt aan de vader, daar wordt die zoon op zijn beurt omvat door het hoofd van de vader boven en diens hand beneden. Vader is gekleed in een vaal gouden jasje over een wit hemd; de zoon in het paars. Met zorg gekozen kleuren.

De zoon is sterk vermagerd. Hij heeft zijn ogen dicht. Een levend lijk. Indrukwekkende illustratie bij de woorden van de vader in het verhaal: ‘Mijn zoon hier was dood…’ Maar op de afbeelding zwijgt vader. Des te opvallender zijn zijn geopende ogen. Zij kijken over de zoon heen naar… Naar wat? Of wie? Welk een uitdrukking ligt er in die blik?

Terwijl ik kijk naar de zoon, laat ik het verhaal nog eens aan mijn geestesoog voorbijgaan. In het begin van het verhaal had hij vader gevraagd om zijn erfdeel. Daarmee was hij vooruitgelopen op de dood van zijn vader. Navrant, als je nu ziet hoe de rollen omgedraaid zijn! Vader had gedaan wat hij hem gevraagd was. Hij had zijn vermogen verdeeld over zijn beide zoons. En hij, de jongste, was vertrokken. De wijde wereld in. Daar had hij goede sier gemaakt met het vermogen van zijn vader. Dat was tóen. En moet je kijken hoe hij er nu uitziet! Er was hongersnood uitgebroken. En hij, de zoon, was in de goot terecht gekomen. ‘Tussen de varkens,’ zegt het verhaal. Voor orthodox joodse oren het ergste wat een mens zich kan voorstellen. En tenslotte was die zoon daar in zijn wanhoop tot inkeer gekomen. Hij was opgestaan en naar zijn vader teruggekeerd. Wat een verschil tussen zijn vertrek en zijn terugkomst. Dat verschil lees ik af aan die knokige hand in het volle licht tegen de borst van vader, en aan die andere hand in de schaduw die zijn vader omkneld houdt. En ik lees het af aan dat ingevallen gezicht, aan de gesloten ogen. Maar ook aan de houding van vader. Hoe hij niet de zoon aan het hart klemt, maar de jongen de gelegenheid geeft zíjn gebaar te kiezen, en hoe hij, vader, zijn rechterhand losjes op de schouder van zijn jongen laat rusten. Zo kan de jongen de veilige aanwezigheid van zijn vader voelen.

En weer sta ik stil bij die blik van vader. Wat mag ik daar allemaal in lezen? Hij heeft steeds op de uitkijk gestaan. Maar blijdschap om de terugkeer van zijn zoon lees ik er nog niet in. Ligt er verwijt in die ogen? Een aanklacht tegen de wereld die zo met mensen doet? Of is het berusting? Wéten: ‘Zeg maar niets. Ik wéét het…’?

Opvallend, de oudste zoon komt op de afbeelding niet voor. Alsof hier verteld wordt wat Paulus schrijft: ‘Wie zal ons ooit kunnen scheiden van Gods liefde?’ Die oudste zoon was verontwaardigd. Hij was altijd bij vader gebleven, had steeds precies gedaan wat er van hem gevraagd werd, en nog nooit – zo zal hij zijn vader verwijten – had hij een bokje gekregen om eens met zijn vrienden feest te vieren. Maar nu dat stuk ongeluk was thuisgekomen… Wacht eens. Nog nooit een bokje gekregen? Maar vader had destijds toch hem ook de helft van zijn vermogen gegeven? Was hij dat vergeten? Of was dat voor hem zo vanzelfsprekend geweest dat het royale van het geschenk helemaal niet tot hem was doorgedrongen? Had die vader dus niet eigenlijk één, maar twee verloren zoons? Ik kijk nog eens naar die blik van vader. Misschien staat die oudste zoon toch wel op de afbeelding. Hij staat links van mij op enkele passen afstand. Vader staat nog steeds op de uitkijk: wachtend op de thuiskomst van zijn oudste zoon.

Voor Jezus is dit het beeld van God, zijn Vader. Hij staat op de uitkijk, vol zorg, klaar om wie verloren is op te vangen en veiligheid te bieden. Ik laat de mensen aan mij voorbijgaan voor wie ik dat van harte hoop. Mensen van wie ik houd, of hield… Mensen die mij ontvallen zijn, en voor wie ik niets meer kan doen. Vooral degenen die er zelf voor kozen niet verder te leven en ons hier ontredderd achterlieten. Dat zij aan de andere kant van de dood deze vader vinden: ‘Mijn kind hier was dood, en is weer levend geworden.’ Mensen met wie ik bevriend was, maar de relatie is onherstelbaar kapot gegaan. Mensen met wie ik geen raad weet…

En ikzelf?

± 2000, Ciry, schilderij; België, Brugge, St-Godelieveabdij. Dries van den Akker s.j. / 2010.06.15

Verwijzingen
Lukas 15,11-32: Jaar C Veertigdagentijd 04e zo; Jaar C door het jaar 24e zo
Veertigdagentijd 02e week za

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 31 mrt 2011

Over beeldmeditaties Voorbereiding op een meditatie Inrichting website Leeswijzer Verantwoording
Bezoek ook eens www.heiligen.net. Interessant!