× 

Klik in dit venster op
http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.
Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Jezus' Nederdaling ter Helle (1320)Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

mi_1 

We bevinden ons in het voormalige kerkje van de Heilige Verlosser in het Veld, nog juist binnen de oude omwalling van Istanbul. We staan voor een wandschildering op een koepelboog. Weergegeven is het mysterie van Christus’ nederdaling ter helle. In de oosterse kerken is dat de afbeelding bij uitstek geworden van Jezus’ opstanding uit de doden. Dat zeggen ook de Griekse letters boven het tafereel: ‘hè anástasis’: de opstanding.

Centraal staat de verrezen Christus, gehuld in een lichtende stralenkrans van wit en zachtblauw. Hijzelf is gekleed in een blinkend wit gewaad. Onder zijn voeten: de uit hun hengsels gelichte poorten van de het dodenrijk, en daartussen in, enigszins vaag, de gestalte van de dood, machteloos gekneveld en gehuld in een schamele lendedoek. De rollen zijn omgedraaid. Gisteren nog droeg Christus machteloos zo’n lendedoek aan het kruis, en zat de koning van de onderwereld triomfantelijk op zijn troon. Verspreid over de grond: allerlei voorwerpen die door hun wanorde de afbraak van het dodenrijk aanduiden.

Met zijn rechterhand (voor ons links) pakt Christus de pols van Adam vast. De baard en witte haren geven zijn ouderdom aan. Hij is de eerste zondaar van het mensengeslacht en werd dus het langst vastgehouden door de macht van het dodenrijk. Hij wordt dan ook als eerste daaruit verlost en uit de sarcofaag naar buiten getrokken. Over een blauw onderkleed draagt hij een blinkend wit gewaad. Net als Christus, de nieuwe Adam.

mi_2 

Met de linkerhand houdt Christus Eva’s pols stevig vast, en trekt ook haar uit de sarcofaag van het dodenrijk. Zij is gehuld in een rood gewaad, de kleur van de aarde. Maar daaronder draagt zij al het blauw van de hemel.

Prachtig is de dynamiek van Christus’ houding. Er zit vaart in zijn gebaar. En inspanning. Het geeft de moeite weer die Christus zich getroost – ook aan de andere kant van de dood - om te zoeken en te redden wat verloren was.

Achter Adam menen wij als eerste aan de warrige haardos Johannes de Doper te herkennen. In de oosterse kerk wordt hij de Voorloper genoemd. Niet alleen op aarde ging hij Jezus voor, ook in de dood. Blijkbaar is hij niet in het dodenrijk terecht gekomen, maar meteen opgenomen onder de levenden bij God in de hemel. Iets meer naar achter zien wij nog enkele personen (uit het Oude Testament) die volgens de overlevering nooit gestorven zijn, maar meteen bij God in de hemel opgenomen: in ieder geval Henoch, die met God wandelde; en Elia, die in een vurige wagen ten hemel voer; en wellicht ook Mozes, wiens graf hier op aarde nooit werd gevonden.

mi_3 

Aan de andere kant achter Eva zien wij een diaken die Jezus’ staf vasthoudt: waarschijnlijk Stefanus. Hij zal straks immers getuigen dat hij in de geopende hemel Christus ziet staan. Daarachter Jezus’ leerlingen: zij zullen straks in hun verkondiging van dit alles getuigen.

Het hele tafereel speelt zich af tegen een donkerblauwe, nachtelijke hemel.

En ik? Ik mag – net als de leerlingen rechts – getuige zijn van dit alles. Ik laat degenen die mij zijn voorgegaan in de dood in gedachten aan mij voorbijgaan. En ik zie hoe Christus ook hen stevig vasthoudt en naar zich toehaalt. Ja, ik mag er ook mijn eigen bestemming in zien.

1320, fresco; Turkije, Istanbul, voorm. kerk van de H.Verlosser in Chora. Dries van den Akker s.j. / 2010.01.06

Verwijzingen
Matteus 27,52-53: Jaar A Palmzondag
Jaar A + B + C Stille Zaterdag


Wilt u meer weten over de vraag waar de voorstelling van de Nederdaling ter Helle vandaan komt, en hoe ze in de Geloofsbelijdenis terecht is gekomen, lees dan verder.

Jezus nederdaling ter helle

In de geloofsbelijdenis worden over Jezus de belangrijkste geloofswaarheden opgesomd. Tussen zijn lijden, dood en begrafenis enerzijds en zijn opstanding uit de doden anderzijds, staat dat raadselachtige zinnetje: ‘… die nedergedaald is ter helle.’ Die zin staat niet in de geloofsbelijdenis, opgesteld op het Eerste Oecumenische Concilie in 325 te Nicea. Een concilie is een bisschoppenvergadering. Het draagt de naam ‘oecumenisch’ als de bisschoppen van over de hele wereld vertegenwoordigd zijn. Op het tweede Oecumenische Concilie, Constantinopel 381, werd de Geloofsbelijdenis van Nicea bekrachtigd en uitgebreid met enkele regels. Maar ook daar staat de nederdaling ter helle nog niet in. Het is onduidelijk sinds wanneer het er wel in staat. Feit is dat het deel uitmaakt van het symbolum (samenvatting van het geloof) zoals protestanten en katholieken die tegenwoordig aanhangen.

De gedachte die ermee tot uitdrukking wordt gebracht gaat terug op kerkvaders uit de eerste eeuwen, zoals Ireneus en Origenes. Jezus zou aan de binnenkant van de dood hetzelfde hebben gedaan als aan deze kant: mensen redden. Hij zou naar de onderwereld (‘hel’) zijn afgedaald, waar van oudsher de doden werden verzameld en ondergebracht, in de macht van de dood. Voor de bijbelse achtergrond verwijst men naar Matteus 12,40: ‘Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven. Daarnaast Handelingen 02,24: ‘… de dood kon zijn macht over Hem niet behouden’; en vooral 1 Petrus 03,18-19 ‘Naar het lichaam werd Hij gedood, maar naar de geest ten leven gewekt. Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten om dit alles te verkondigen.’

We vinden het in verhaalvorm in het zogeheten Apocriefe evangelie van Nicodemus (3e à 4e eeuw): Dan klinkt van buiten opeens: “Eeuwige poorten, ga open, zodat de koning der Ere kan binnengaan.” Het Dodenrijk riep: “Maar wie is de koning der Ere?” Van buiten zongen de engelen: “De Heer, sterk en machtig; de Heer, kundig in de strijd.” Op hetzelfde moment donderden de ijzeren poorten van het Dodenrijk in elkaar. De Koning trad binnen, greep de Satan bij zijn hoofd en gaf hem over aan zijn engelen om hem op te sluiten tot aan het einde der tijden.

Toen stak de Koning zijn rechterhand uit, pakte vader Adam bij de pols en zette hem overeind. Daarop wendde hij zich tot de anderen met de woorden: “Kom hier bij mij, allen die sterven moesten door het hout waar hij van nam. Want zie: ik wek jullie allemaal weer op door het hout van het kruis.” Vandaar gingen zij naar het Paradijs. Daar aangekomen troffen zij twee oude mannen. Dat waren Henoch en Elia de Thisbiet, van hen staat niet geschreven dat zij gestorven zijn, maar door God waren opgenomen. Op datzelfde moment kwam de goede moordenaar aan met zijn kruis op de rug: tot hem had Jezus immers gezegd: “Heden nog zult gij met mij zijn in het paradijs.” Een glimp ervan horen we bij Matteus: De graven gingen open en de lichamen van vele heilige mensen die ontslapen waren, stonden op (27,52).

In de middeleeuwen beeldde men dit geheim graag af. De kunstenaars van het christelijke westen beelden de onderwereld (‘hel’) liefst af als de muil van een monster. Christus neemt de eerste dode, Adam, bij de hand en haalt hem naar zich toe. Achter hem volgen Eva en vele anderen. In de Oosterse kerken is het zelfs de Opstandingsafbeelding bij uitstek geworden, tot op de dag van vandaag. Daar zien we Christus staan op de ingestorte deuren van de onderwereld. Ook daar haalt hij Adam en Eva, en in hun kielzog de doden achter hen, naar zich toe. Aan Christus’ kant zien we Henoch en Elia, vaak met een kroon op het hoofd; op vele afbeeldingen staat ook Johannes de Doper bij hen. In termen van onze gedenkdagen zou je kunnen zeggen dat Christus het mysterie van Allerzielen ( de gedachtenis van de overledenen) omvormt tot Allerheiligen (het feest dat God de overledenen bij zich opneemt in de hemel).

Dries van den Akker s.j.

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 4 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties
Ook interessant: www.heiligen.net