× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Woorden van Eeuwig Leven (1743)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

We bevinden ons in de Sint-Paulinuskerk in de Duitse stad Trier, en kijken naar de plafondschildering boven ons. Het tafereel wordt beheerst door Christus aan het kruis. Zijn gestalte stijgt op uit een levensboom waarvan de takken werken als een groene stralenkrans. Dat alles tegen de achtergrond van een helder blauwe lucht. De kunstenaar gunt ons een blik in de hemel, de – eigenlijk onzichtbare - werkelijkheid achter of doorheen de waarneembare werkelijkheid van onze wereld. Dat op zich is bijzonder genoeg om even bij stil te staan. Dat ik zicht mag hebben op het onzienlijke.

Christus is het middelpunt. Zoals een krans van donkere wolken het tafereel van boven afbakent, zo gebeurt dat aan weerszijden en van onderen door de brede kring van afgebeelde personen. Rechts onder het kruis van Christus (voor ons links) een witte vrouwengestalte; zij stelt het geloof voor, of – misschien nog juister – de Heilige Kerk. Boven haar hoofd: iets als een vuurgloed, en voor haar borst een duif: beide duiden op de Heilige Geest. Met haar rechterhand heft zij de kelk omhoog die naar Christus’ kruisoffer verwijst. Haar linkerhand wijst op het boek, het Boek des Levens, de bijbel. Op de opengeslagen bladzijden staat te lezen: ”Verba aeternae vitae (Woorden van Eeuwig Leven) Johannes 06,69”. Het boek is omgeven door een gouden schelp of cartouche; op de bovenrand rechts zien we wijnranken en druiventrossen. Herinnering aan Jezus’ woorden: ‘Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken”(Johannes 15,05). Links en rechts van het boek rijzen twee brandende kaarsen op. De ene staat waarschijnlijk symbool voor Jezus: “Ik ben het Licht van de wereld” (Johannes 08,12), de andere wellicht voor de leerlingen: “Jullie zijn het licht van de wereld” (Matteus 05,14).

Onder het boek liggen vier mannen geknield met hun hand op het boek. Zij zweren trouw aan de woorden van eeuwig leven. Verwijst hun aantal naar de vier evangelisten? Tegelijk zien we hoe de meest rechtse van de vier, gehuld in een wit onderkleed en een rode mantel, een burgemeestersketting draagt. Hij is Palmatius, de christenconsul die in 287 te Trier tijdens de vervolgingen onder de Romeinse keizers Diocletianus en Maximianus met zijn senatoren de marteldood stierf. Het rood van zijn mantel duidt op het bloed dat hij vergoten heeft voor Christus; het wit van zijn onderkleed herinnert aan de woorden uit het boek van de Openbaring: “Wie zijn dat in hun witte gewaden? Dat zijn degenen die hun kleren hebben wit gewassen in het Bloed van het Lam” (Openbaring 07,13-14). Volgens de traditie stierven met hem ook een aantal Romeinse militairen: enigen van hen zien we op de voorgrond met het kruisvaandel. Helemaal rechts tronen twee heersers onder een bloedrood tentdoek. Rechts in hermelijnen mantel met bekranst hoofd: Maximianus, de keizer van het westen. Naast hem zijn beruchte stadhouder Rictiovarus. Diens kleding vertoont dezelfde bloedrode kleur als het tentzeil. Hij spoorde in opdracht van de keizer in het noorden van het Romeinse Rijk talloze christenen op en bracht hen meedogenloos ter dood. Opvallend is dat beide heersers omgeven zijn met symbolen van de Romeinse cultuur en zich nadrukkelijk van Christus afwenden. Alleen Rictiovarus’ rechterarm gaat dreigend uit naar de christenen…

Boven Palmatius zien we een engel in het paars gekleed, kleur van de inkeer. In zijn rechterhand draagt hij een palmtak, symbool van de overwinning die de martelaren hebben behaald. Zij hebben met hun lijden en dood van Christus getuigd, en mogen nu delen – zoals wij zien – in zijn overwinning. Dat wordt nog eens door de engel bekrachtigd doordat hij met zijn andere hand wijst naar Christus aan het kruis. Diens hoofd is naar opzij gezakt, in de richting van de vrouw - naast de witte gestalte van de Kerk – met een brandend hart op de borst. Het is keizerin Helena. Volgens sommigen was zij afkomstig uit Trier. Zij was een van de eerste hooggeplaatste Romeinen die zich tot Christus bekeerde. Aan haar rechterhand voert zij haar zoon mee: keizer Constantijn. Hij is gehuld in een rode mantel. Volgens de legende zou hem op de vooravond van de beslissende slag tegen zijn rivaal voor het keizerschap een kruis aan de hemel zijn verschenen, gesierd met een Christusmonogram: “In dit teken zul je overwinnen”. Hij beloofde de godsdienst van zijn moeder aan te nemen als hij inderdaad de zege zou behalen. Boven het hoofd van zijn moeder zien we het kruisvaandel, bekroond met een veldteken in de vorm van een kruis en de letters X en P, Grieks voor Ch en R, de beginletters van Christus’ naam.

En ik? Ik realiseer mij dat dit kunstwerk in de 18e eeuw werd aangebracht om de katholieken een hart onder de riem te steken in hun strijd met de toenmalige Protestanten. Waar de Protestanten (overigens niet zonder reden) benadrukten dat God onzichtbaar is en ons zondige mensen oneindig te boven gaat, daar laat de kunstenaar juist zien dat God in zijn Kerk, zijn Woord, zijn Sacramenten en zijn Heiligen ons rakelings nabij is, en naar mij toekomt. Zou ik er graag tussenstaan, daar boven op die afbeelding? Is er een persoon met wie ik mij kan vereenzelvigen? Of voel ik mij toch meer op mijn plaats gewoon hier beneden op de vloer van de kerk?

1743, Christoph Thomas Scheffler, plafondschildering, Duitsland, Trier, St-Paulinuskirche
Dries van den Akker s.j. / 2009.08.18

Verwijzingen
Johannes 06,69: Jaar B door het jaar 21e zo
Paastijd 03e week za
Feest 05 okt. 0287 Palmatius-Trier & gezellen
Feest 18 aug. 0328 Helena-Keizerin-moeder
Feest 21 mei 0337 Constantinus-Grote

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 3 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties