Overzicht HH  m Vertel verderm Contact

        De website met meer dan 435 beeldmeditaties        

WelkomVasten '14KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...SJ-links
In het land der Gerasenen (975)Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

afb 

De kunstenaar heeft de afbeelding in twee helften verdeeld, welke van onder naar boven gelezen moeten worden. Op de onderste helft zien we in het midden de bezetene. Zijn geketende handen gekruist, en op hun beurt weer aan zijn hals vastgeklonken, zodat hij nergens een hand naar kan uitsteken. Ook zijn voeten zitten met een korte ketting aan elkaar vast. Met handen en voeten aan de ketting in de macht van de boze geesten. Die boze geesten worden voorgesteld als vuurrood gevleugelde wezentjes. Er ontsnapt er juist een uit de mond van de bezetene. Volgens Markus’ verhaal roept de bezeten man: “Wat hebt u met ons te maken, Jezus, Zoon van God, de Allerhoogste?”

Als we bedenken dat Jezus staat voor barmhartigheid, genade, naastenliefde, dan zegt de boze geest dus: ‘Wat hebben wij te maken met barmhartigheid, genade en naastenliefde? Die willen we niet!’ Dat is inderdaad taal van boze, kwaadwillende geesten. Zij willen niet dat God God is. Zij willen liever dat kwaad, destructie en dood God is, het laatste woord moeten hebben. Op onze wereld heeft het er alle schijn van dat de negatieve krachten het inderdaad voor het zeggen hebben, en het sterkste zijn. Maar nu vluchten ze voor Jezus! Hij blijkt sterker. Een prachtboodschap. Aan Hem kun je zien dat God - zijn goedheid - sterker is dan alle kwade machten bij elkaar, en dat Hij uiteindelijk het laatste woord zal hebben. De geesten nemen bezit van de varkens (in de joodse cultuur onreine dieren bij uitstek), en deze storten zich in de zee (de plek waar de dood woont volgens de joodse opvatting van toen). Daar horen de (overwonnen!) kwade machten thuis.

Op de bovenste helft van de afbeelding zien we hoe de herders in de steden rondom gaan vertellen wat er gebeurd is. De stedelingen hebben zich achter dikke muren verschanst, en gluren naar buiten om naar de herders te luisteren. Ook zij waren slachtoffer van de boze geesten. Zij moesten zich in veiligheid brengen achter de muren van de stad, op hun hoede voor ieder gevaar. Tot onze verbazing zullen we straks in het verhaal horen dat ze naar Jezus toe komen met het verzoek hun streek te verlaten. Zijn ze niet blij met hun verlossing? Zijn ze al zozeer gewend aan een wereld getekend door kwaad, dat ze zich geen raad weten wanneer dat uit hun midden wordt weggenomen?

De herders dragen vreemde voorwerpen, speren lijkt het wel. Hielden ze daarmee wolven en leeuwen op afstand? Verdedigingsmechanismen tegen het kwaad. Willen ze daarom geen afstand van doen omdat ze zich dan te weerloos, te naakt en onbeschermd voelen? Durven ze niet geloven dat pure goedheid mogelijk is?

Nog een detail. De boodschappers met hun speren hebben laarzen aan. Jezus gaat op blote voeten, evenals – allicht! – de twee apostelen die Hem volgen. In de voorste menen wij Petrus te herkennen aan zijn witte haren. Maar ook de bezetene gaat op blote voeten. Zoals we weten duiden blote voeten in de middeleeuwse kunst op het volgelingschap van Jezus. Grijpt de kunstenaar hier vooruit op de afloop van het verhaal? De verloste bezetene vraagt straks of hij Jezus mag volgen. Dat staat Jezus niet toe. Hij stuurt hem naar zijn eigen mensen om daar de Blijde Boodschap van zijn… de verlossing te melden.

NB

Toch vreemd dat de verloste bezetene Jezus niet mag volgen. Ik zie het in verband met Jezus’ uitspraak aan het Laatste Avondmaal volgens Johannes: “Waar Ik heenga, kunnen jullie nu nog niet komen.” Volgens mij bedoelt Hij ermee dat Hij straks na zijn dood bij de Vader in de hemel zal zijn. Dat is voor de volgelingen later weggelegd; zij hebben eerst nog de taak om op aarde het evangelie te verkondigen; daarna zullen ze Jezus volgen tot bij de Vader. Het verhaal van Jezus bij de Gerasenen heeft de trekken van een mythe. De bezetene wordt geschilderd als de dood in eigen persoon: hij leeft in grotspelonken en graven; niemand is in staat hem te bedwingen of te overmeesteren; integendeel hij is sterker dan alle menselijke boeien, en niemand kan tegen hem op. Is dat niet een mooie omschrijving van de dood? Welnu, Jezus wijst de dood zijn plaats, overwint de dood. Daarna verwacht je de opstanding. Dáár kunnen zijn volgelingen Hem nu nog niet volgen. Eerst moeten ze het evangelie verkondigen. Daarna zullen ze Hem volgen… Daarom horen wij Hem zeggen (ook tegen ons!): “Ga naar huis, naar de uwen, en vertel hun alles wat de Heer aan u gedaan heeft en hoe Hij u barmhartigheid heeft bewezen.”

Ik kijk naar de bezetene en ga na wanneer ik in zijn positie verkeerde en hoe ik daaruit ben verlost… en wat ik met die verlossing heb gedaan.

[0975, boekverluchting Egbert-Codex; Duitsland, Trier. Dries van den Akker s.j. / 2007.01.30]

Verwijzingen
Markus 05,01-20: -
Lukas 08,26-39: -
Door het jaar 04e week ma

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 4 apr 2013

Over beeldmeditaties Voorbereiding op een meditatie Inrichting website Leeswijzer Verantwoording
Bezoek ook eens www.heiligen.net. Interessant!