Overzicht HH  m Vertel verderm Contact

        De website met meer dan 435 beeldmeditaties        

WelkomVasten '14KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...SJ-links
Martinus' dood (1300)Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

afb 

Eerst het verhaal.

Martinus wist lang van tevoren wanneer hij dood zou gaan. Hij gaf zijn broeders te kennen dat zijn lichaam binnenkort zou afsterven. Toch moest en zou hij de parochie van Candes visiteren. De geestelijkheid van die kerk had onderling ruzie. Hij wilde perse de vrede herstellen. Weliswaar wist hij dat het einde nabij was. Toch wou hij erheen. Het zou zelfs de bekroning van zijn werkzaamheden betekenen, als hij er de vrede zou weten te herstellen. Hij vertrok dus vergezeld van een grote, heilige groep leerlingen. Zo verbleef hij enige tijd in het dorp en de kerk van zijn bestemming. Hij had de vrede inderdaad onder de geestelijken hersteld en maakte aanstalten voor de terugreis, toen zijn lichaam plotseling ernstig verzwakte. Hij riep de broeders bijeen en deelde mee dat zijn einde nabij was. Allen waren in diepe rouw. Als uit één mond riepen zij: “Vader, hoe kunt u ons verlaten? Wie zal de zorg voor ons van u overnemen? Vraatzuchtige wolven zullen uw kudde binnendringen. Wie zal ons beschermen als de herder er niet meer is? Natuurlijk, Christus heeft u graag bij zich. Maar uw loon is toch al zeker. Dat kan best nog even wachten. Heb toch nog wat medelijden met ons; wij blijven immers verlaten achter.” Men zegt dat hem dat enorm emotioneerde; hij was immers altijd al vol mededogen in de Heer. Hij huilde en temidden van zijn jammerende broeders keerde hij zich tot de Heer, en zei alleen maar: “Heer, als ik nog nodig ben voor uw volk, ga ik het karwei niet uit de weg. Uw wil moet geschieden.”

Heen en weer geslingerd tussen verdriet en hoop wist hij niet meer wat te kiezen. Want enerzijds wilde hij zijn broeders niet in de steek laten, anderzijds wilde hij ook niet langer van Christus gescheiden zijn. Toch gaf hij niet het laatste woord aan zijn eigen verlangen, maar hij voegde zich naar wat de Heer zou willen. Daarom bad hij: “Heer, de strijd in uw krijgsdienst hier in dit leven is zwaar. Ik heb intussen meer dan genoeg moeten vechten. Maar mocht u mij bevelen die inspanningen voort te zetten en uw legerkamp te bewaken, dan zal ik dat aanvaarden, en de zwakheid van mijn ouderdom niet als argument aanvoeren. Ik zal trouw uw bevelen opvolgen en onder uw vaandel strijden zolang als u wilt. Ook al verlangt de oude man in mij naar welverdiende rust, toch is de geest van de afgelopen jaren nog sterk genoeg; die wint het van de oude dag. Maar mocht u mijn leeftijd laten gelden, graag. Dan zult u zelf wel degenen behoeden voor wie ik zo bezorgd ben.” Wat een groot man: ongebroken door de inspanningen, door de dood niet te breken. Hij had geen voorkeur: hij was niet bang om dood te gaan en weigerde niet verder te leven.

Ondanks de dagenlange koorts deed hij mee aan het getijdengebed. De nacht bracht hij door met bidden en waken. Hij maakte zijn verzwakte lichaam ondergeschikt aan zijn geest, en lag in de as, gehuld in een geitenharen kleed, op dat eerbiedwaardige bed van hem. Zijn leerlingen vroegen hem of ze dan tenminste een beetje gewoon stro onder hem mochten leggen. Hij zei: “Een christen hoort in as te sterven. Als ik u een ander voorbeeld geef, bega ik een zonde.” Hij hield zijn ogen en handen voortdurend gericht naar de hemel, en bad aan één stuk door. De priesters die hem kwamen bezoeken, vroegen of hij zijn arme lichaam niet een beetje wilde ontzien door zich wat om te draaien. Maar hij zei: “Liever niet broeders. Want ik kijk liever naar de hemel dan naar de aarde. Zo bereid ik mij al een beetje voor op de route die ik straks zal nemen.” Op dat moment zag hij de duivel vlak bij hem staan: “Ben je daar, bloeddorstig monster? Je zult in mij niets van je gading vinden Ik zal worden opgenomen in Abrahams schoot.”

Met die woorden gaf hij de geest. Die erbij waren, zweren dat zijn gezicht leek op dat van een engel. Zijn lichaam werd wit als sneeuw, zodat men opmerkte: “Je zou niet zeggen dat hij ooit gekleed ging in een geitenharen mantel en met as was bestrooid.” Het had er immers alle schijn van dat we hem al mochten zien in de heerlijkheid van zijn toekomstige verrijzenis, bekleed met de nieuwe mens.

We kijken naar de afbeelding. Martinus is gestorven. Hij ligt languit op zijn doodsbed, de handen over de borst gekruist, de ogen gesloten, zijn hoofd getooid met de mijter en met het nu wel heel toepasselijke heiligenkransje. Een broeder verschikt nog teder zijn voeten. Aan de andere kant wordt zijn hoofd liefdevol ondersteund door een andere broeder. De bisschop – met mijter en staf - besprenkelt hem met wijwater. Een derde broeder heeft in zijn rechterhand het wijwatersvat en het kruis in de linkerhand. De vierde broeder houdt het evangelieboek vast waaruit behoort te worden voorgelezen. Juist doordat de broeders aan de uiteinden van het sterfbed enigszins vooroverbuigen ontstaat er een cirkelvormige compositie, die de indruk versterkt dat Martinus wordt omringd met zorg en eerbied. Fijngevoelig is het boogje dat onder Martinus’ bed is aangebracht. Daarmee wordt aangegeven dat we ons op een bovenverdieping bevinden; al enigszins verheven boven het aardse…

[± 1300, glasschilderkunst; Frankrijk, Tours, St-Martin. Dries van den Akker s.j. / 2007.03.07]

Verwijzingen
Feest 11 nov. 0397 Martinus-Tours

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 17 jan 2011

Over beeldmeditaties Voorbereiding op een meditatie Inrichting website Leeswijzer Verantwoording
Bezoek ook eens www.heiligen.net. Interessant!