× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Graflegging (1516)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

Een prachtige compositie. Boven de sarcofaag, precies over de middenas van deze afbeelding, zien we de dode Jezus, in zijn volle lengte uitgestrekt op een laken dat aan weerszijden gedragen wordt door twee mannen: Nicodemus en Jozef van Arimatea. Daarachter - ten halve weergegeven - de drie vrouwen, die alle drie Maria heten. Alle vijf personen reiken tot dezelfde hoogte, alsof daarmee gezegd wil worden dat zij gelijk zijn in het verdriet. De ruimte tussen de personen is nagenoeg gelijk: ze zijn evenredig over de lengte verdeeld. Dat geeft, ondanks het uitgebeelde lijden, een grote eenheid, harmonie en kalmte aan dit tafereel.

Het verband tussen deze vijf mensen wordt gevormd door de overleden Jezus. Ieder van hen is op de een of andere manier op Hem betrokken. Tegelijk valt op hoe ieder wordt bezig gehouden door de eigen gevoelens.

Het geheel wordt omlijst door de beide mannen: Nicodemus en Jozef van Arimatea. Als Jozef te herkennen is aan zijn beurs, dan moet hij wel de linkse man zijn. Hij kocht het lijnwaad waarin Jezus nu rust. In het midden zien we Jezus’ moeder. Ze is op van verdriet. In een laatste machteloos gebaar van liefde houdt ze nog één keer Jezus’ hand vast. Ze heeft de ogen neergeslagen: ze bewaart en overdenkt alles in haar hart (vgl. Lukas 02,19.51).

Links van haar, rechts op de afbeelding: Maria Magdalena. Niet alleen herkenbaar aan haar lange haren die zichtbaar worden onder de sluier, maar ook aan de opvallend paarse kleur van haar gewaad, kleur van inkeer en boete. Zo immers leeft ze voort in de herinnering van de gelovige middeleeuwer: als boetelinge. In de linkerhand heeft ze een zakdoekje. Het lijkt alsof ze met de rug van de rechterhand in een laatste gebaar van tederheid Jezus’ voeten aanraakt. De voeten die zij eerder had gezalfd. Zo althans veronderstelt de katholieke traditie: de boetvaardige vrouw die in het huis van Simon Jezus’ voeten zalfde en met haar haren afdroogde (Lukas 07,36-50), is dezelfde als Maria Magdalena. Dat gebaar overkomt Jezus nog eens in het huis van Lazarus waar diens zus Maria(!) zijn voeten zalft (Johannes 12,01-03). Zo was zij ook de Maria die in het huis van haar zuster Martha aan Jezus’ voeten zat (Lukas 10,38-42). Nu staat zij hier, vervuld van liefdevolle herinneringen en verdriet, aan Jezus’ voeten.

Aan de andere kant van Jezus’ moeder staat de derde Maria. Zij wringt haar handen in een gebaar van rouw en gebed.

Alle vijf dragen gouden kleding. Dat rijmt op de gouden lendendoek van Jezus. Zo brengt de kunstenaar tot uitdrukking dat zij bij Hem horen. En ik? Draag ik op de een of andere (symbolische) manier ergens gouden kleding?

[1516, Picardische steensculptuur altaarretabel; Frankrijk, Bretagne, Pontivy, Chapelle Notre Dame de la Houssaye.
Dries van den Akker s.j. / 2009.01.23]

Verwijzingen
Matteus 27,57-61: Jaar A Palmzondag
Markus 15,42-47: Jaar B Palmzondag
Lukas 23,50-56: Jaar C Palmzondag
Johannes 19,38-42: Jaar A + B + C Goede Vrijdag
Feest 22 jul. 0100 Maria-Magdalena

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 4 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties