× 

Klik in dit venster op
http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.
Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Genezing blindgeborene (1850)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

De kunstenaar beeldt twee episodes tegelijk uit van het verhaal over de genezing van de blindgeborene. We bevinden ons in het open veld. Op de voorgrond, in het centrum van de afbeelding, zien we Jezus die de blinde behandelt. Achter Jezus de twaalf apostelen. Op de achtergrond een stadje, en daarboven de blinde die zich wast in het waterbekken van de Siloam.

In Jezus’ tijd meende men dat narigheid te danken was aan een straf van God voor een eerder bedreven zonde. Wát je gedaan had, wist men vaak niet, maar dát je iets verkeerds had gedaan: dat stond vast. Anders had je die narigheid niet gehad. Die opvatting spreekt uit de vraag van de apostelen die aan de genezing vooraf gaat: “Meester, wie heeft hier gezondigd? Hijzelf of zijn ouders?” Hij is immers van de moederschoot af blind? Kan hij vóór zijn geboorte al gezondigd hebben? Of moet hij boeten voor fouten van zijn ouders? Jezus deelt hun opvatting niet. Dat gaat Hij duidelijk maken. God straft niet, God geneest.

Er zat nog een consequentie aan de opvatting die Jezus bestrijdt. Iemand die zogenaamd gestraft was door God, was onrein. Die mocht niet deel hebben aan het sociale en godsdienstige leven. Je moest zo iemand ook niet aanraken, anders werd jij even onrein als die gestrafte. Dan moest je eerst gebeden en wassingen verrichten, vóór je er weer bij hoorde.

Is het om die reden dat de kunstenaar dit gebeuren buiten de stad plaatst? Die was immers gesloten voor de blindgeborene.

Tegelijk beseffen we wat een ongehoord gebaar Jezus maakt. Hij raakt met zijn rechter wijsvinger het oog van de man aan. Die vinger herinnert aan de vinger Gods die de Wet graveerde op de twee stenen platen van Mozes. De vinger die de wereld schiep. Jezus verricht hier scheppingsarbeid. Dat wordt onderstreept door het feit dat hij met speeksel en aarde wat slijk maakt en dat op de ogen van de blinde strijkt. Dat speeksel verwijst natuurlijk naar de Geest die Hem bezielt. Uit de chaos en wanorde van blindheid boetseert Hij nieuwe ogen.

Hoezeer Jezus met medelijden bewogen wordt blijkt uit zijn linkerhand. Die heeft Hij teder op het hoofd van de blinde gelegd. Met een slip van zijn mantel erover heen. God straft niet en wil niet dat de mens leeft in isolement; nee, God is met mededogen bewogen: Hij geneest, beschermt, zegent.

Nu valt ons op dat Jezus’ blik niet op zijn handen of op de blinde is gericht, maar over de blinde heenkijkt. Alsof Hij in gepeins verzonken is. Alsof Hij bedroefd overweegt hoever Gods mensen zijn afgedwaald van Gods bedoeling.

Achter Jezus bevinden zich de twaalf apostelen. Aan de voeten van de voorsten kunnen we zien dat ze op blote voeten gaan, net als Jezus. De meeste apostelen gaan schuil achter de heiligenkransjes van de voorsten, We tellen twaalf kransjes. Eigenlijk kan dat niet. Op het moment van deze genezing is Judas nog bij de twaalf. Hij zou eigenlijk geen kransje behoren te hebben? Of heeft de kunstenaar hem in gedachten al vervangen door Matthias? Of door Paulus?

Is het niet veelzeggend dat de kunstenaar het waterbekken van de Siloam bóven het stadje heeft geplaatst? Welbeschouwd kan een waterbekken natuurlijk nooit boven op een heuvel liggen. In feite lag het in Jeruzalem ook beneden aan de heuvel. Maar de kunstenaar plaatst het tegen een gouden hemel, boven de stad. Zoals Jezus’ opvatting van de Wet staat bóven die van zijn tijdgenoten.

Ik kijk nog één keer naar die blinde. Mogen we in hem ook de vertegenwoordiger zien van al Jezus’ tijdgenoten die meenden dat narigheid een straf van God was? Straks zal Jezus in discussie gaan met de Farizeeën. Zij zullen Hem verwijten dat Hij geneest op de sabbat en dat Hij dus de Dag van de Heer niet heiligt. Zo verblind zijn ze dus. Sommigen van hen beginnen te begrijpen dat Jezus hun dat precies verwijt. Ze vragen: “Zijn ook wij soms blind? “ Jezus’ antwoord laat niets aan duidelijkheid te wensen over: “Als u blind was, zou u geen zonde hebben. Maar nu u zegt: ‘Wij zien’, blijft uw zonde.”

Is dat de blindheid waarvan de man op de afbeelding genezen wordt? Verklaart dat wellicht zijn houding? Hij ondergaat de aanraking, met licht gebogen knieën, met de armen gekruist voor de borst. Met overgave en gespannenheid tegelijkertijd. Alsof hem iets overkomt dat hij nog nooit heeft ervaren.

En ik? Heb ik al eens zoveel genegenheid, aandacht en liefde ervaren dat het genezend werkte?

[1850, icoon. Bulgarije, Trjawna. Dries van den Akker s.j. / 2011.02.22]

Verwijzingen
Johannes 09,01-41: Jaar A veertigdagentijd 04e zo
Veertigdagentijd 04e week [elke gewenste dag]
Feest 23 aug 0100: Cedon-Aix

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 4 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties
Ook interessant: www.heiligen.net