× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Emmaüsgangers (1669)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

mi_1 

Rembrandt plaatst de maaltijd van de Emmaüsgangers met Jezus in een hoge ruimte. Een herberg uit zijn eigen tijd. De luiken voor het raam zijn gesloten. Naar de ruitjes boven de luiken te oordelen is het buiten nacht. Binnen is het half donker. Het licht komt van de flitsende verschijning rechts op de afbeelding. De beide mannen links deinzen achteruit. De voorste zit met de rug naar ons toe; zijn reisstok staat achter hem tegen de muur. De achterste is gaan staan, de servet nog in de hand. De stoel waarop hij zat is zichtbaar; hij heeft blijkbaar een stap achteruit gedaan. Hij krabt zich vol verwondering achter het oor. Rechts gaat Jezus op in een fits van licht. Zelfs zijn contouren zijn nauwelijks zichtbaar. ‘Zij herkenden Hem,...’ zegt het verhaal van Lukas. Het lijkt erop alsof Rembrandt de Nederlandse zegswijze in beeld brengt: hun ging een licht op. Maar het tweede gedeelte van Lukas’ zin wordt niet uitgebeeld: dat zij Hem herkenden ‘...aan het breken van het brood’. Ik vermoed dat Rembrandt nog jong was, toen hij deze tekening maakte. Hij heeft een spectaculair effect nodig om het bijzondere van Jezus’ verschijning te benadrukken. Maar Lukas merkt op dat het breken van het brood juist dat spectaculaire effect was.

Wat kon er zo bijzonder zijn aan dat gebaar dat dat voldoende was om Hem te herkennen?

Wie waren ook al weer Jezus’ leerlingen? Dat waren mensen die in hun tijd voor onrein gehouden werden. De vrome lieden van die dagen verweten Jezus herhaaldelijk dat Hij met tollenaars en zondaars omging. Bovendien kwamen de meeste van zijn leerlingen uit Galilea; dat stond bekend als het Galilea van de heidenen. Onreine mensen werden buiten de samenleving gesloten. Gediscrimineerd. En nog wel op religieuze gronden. Zij moesten geloven dat God er voor hen niet was. Dat moet voor hen heel pijnlijk geweest zijn. Jezus dacht anders. Zijn optreden legde daar voortdurend getuigenis van af. Hij haalde die mensen naar zich toe, liet hen voelen dat God van hen hield, hun eventuele zonden vergaf, en graag een nieuwe toekomst met hen aanging. Als we de evangelies mogen geloven, was Hij zo’n beetje de enige die zo handelde in zijn dagen. Hij heeft er met zijn leven voor moeten betalen.

Het waren dus met name onreine mensen die zich bij Jezus aansloten. Ze zouden niet weten waar ze het hadden moeten zoeken, als Hij er niet was geweest. En precies dat was de wanhopige situatie van de Emmaüsgangers. Zij waren Jezus-leerlingen. Met Jezus was hun enige hoop en bescherming weggevallen. Gedesillusioneerd naar huis terug dus.

En nu kwam daar iemand met hen meelopen. Een jood. Die had toch een straatje om moeten gaan, op het moment dat hij begreep dat hij met die onreine Jezus-mensen te maken had? Maar dat had deze jood niet gedaan. Hij ging met hen in gesprek, was zelfs in hen geïnteresseerd. Sterker, hij legde het optreden van Jezus uit als de weg van de Messias! En nog gingen hun de ogen niet open. Hij liet zich zelfs uitnodigen onder hun dak. Dat had een rechtgeaarde jood natuurlijk nooit gedaan. Hij ging met hen aan tafel. Dat zou een wetgetrouwe jood helemaal nooit gedaan hebben. Dan liet je je immers rekenen tot de familie van je gastheer. Maar het werd nog gekker. De gast nam plotseling de rol van gastheer over. Hij brak het brood en deelde het met hen. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij hen rekende tot zijn familie. En dat terwijl Hij wist dat Hij met onreine mensen te maken had. Dat zou een orthodoxe jood nooit gedaan hebben! De enige die dat wél had gedaan, was Jezus geweest. Maar die was dood. Wie was dit dan...? Hij móest het zijn. Dat kon niet anders...

mi_2 

Daarom is mij de afbeelding uit de kerk van Rouen dierbaar. Jezus is er zelfs bij gaan staan. Hij heeft het brood gebroken, reikt het zijn twee tafelgenoten toe, en houdt meteen zijn armen beschermend boven hun hoofd. Dat moet het moment geweest zijn dat deze arme kerels Hem herkenden.

Ik ga na of er momenten zijn geweest in mijn leven waarop ik Hem herkende, en waaraan.

[vóór 1669, Rembrandt. Engeland, Cambridge, Fitzwilliammusem & 19e eeuw(?), houtreliëf; Frankrijk, Rouen, St-Séver.
Dries van den Akker s.j. / 2011.04.24]

Verwijzingen
Lukas 24,13-29: Jaar A paastijd 03e zo
Paastijd 01e week wo
Feest 02 nov 0000 Allerzielen

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 3 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties