× 

Klik in dit venster op
http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.
Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Het huis van mijn Vader (1100)Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

“In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven”, zegt Jezus. “Ik ga erheen om voor jullie een plaats te bereiden.” Dat is een verrassende uitspraak. Zo dacht de joodse godsdienst destijds niet. Bij de schepping had God ieder een eigen plek toegewezen: de aarde was er voor de mens, de hemel voor Hemzelf. Van de doden werd gedacht dat ze verzameld werden in een dodenrijk, zoals sommige psalmen zingen: ‘Wie in het dodenrijk maakt melding van U? Wie in het dodenrijk zingt van U?’ (Psalm 6, 6). Die voorstelling horen we terug, als Jezus opstaat uit de dood. Het eerste wat Hij doet, is afdalen naar het dodenrijk; Hij verbreekt er de toegangspoorten die Hij onder zijn voeten verplettert. Vervolgens neemt Hij de allereerste die destijds afdaalde in het dodenrijk, Adam, bij de hand en leidt hem naar buiten. Achter Adam aan komen Eva en alle anderen die gestorven waren. Van slechts een enkeling geloofde men dat hij bij God was opgenomen, zoals Henoch en Elia. Maar dat waren uitzonderingen.

En nu beweerde Jezus dat Hij naar de Vader ging en dat Hij er zelfs een plekje ging klaarmaken voor zijn leerlingen. Dat moet in de oren van zijn geloofsgenoten een gruwel geweest zijn. Niet alleen werd Hijzelf als onrein beschouwd. Hij ging immers om met tollenaars en zondaars. Maar dat er voor die tollenaars en zondaars ook een plekje bij God zou zijn…? En onrein wáren ze in de ogen van zijn rechtgelovige tijdgenoten. Er zat een voormalige tollenaar tussen: Matteus. En een voormalige vrijheidsstrijder: Simon de Zeloot. Misschien had hij in zijn vorige leven wel aanslagen gepleegd. De gebroeders Jacobus en Johannes zaten ertussen. Zij hadden ooit voorgesteld om vuur uit de hemel te bidden met de bedoeling vijandige mensen van de aardbodem te verdelgen. En trouwens, kwamen verreweg de meeste leerlingen niet uit het Galilea van de heidenen? En daar zou dan een plekje voor worden klaargemaakt bij God zelf? Te gek voor woorden.

Dat is nog niet alles. We horen Jezus immers zeggen: “Laat je hart niet verontrust worden.” Waar slaan die woorden op? Zojuist had Hij Petrus voorspeld dat die Hem nog diezelfde nacht drie keer zou verloochenen. Zo zou het ook gebeuren. Allen zouden Hem in de steek laten. Dat wíst Jezus. En ondanks die wetenschap, ja misschien wel juist vanwége die wetenschap, zei Hij: ‘Laat je er niet door in de war brengen. Ik weet op voorhand dat er fouten gemaakt gaan worden. Ik weet hoe het zit bij jullie. En toch ga ik voor jullie een plekje klaarmaken bij mijn Vader!’ Als er dus iemand niet in aanmerking zou komen voor zo’n hoge bestemming, dan wel zijn leerlingen. En juist tegen hen zegt Hij: ‘Ik ga voor jullie een plekje klaarmaken bij mijn Vader in de hemel.’ Niet te geloven.

Nu kunnen we wellicht beter inschatten hoe bijzonder de afbeelding is waar we naar kijken. We zien een soort plattegrond van de hemelse stad, Jeruzalem. We zien het plaveisel van de middenzaal, waar het Lam staat met het kruis. Symbool van Christus zelf. Naast het Lam een engel die de maten opneemt van het bouwwerk. Er moet plaats zijn voor velen. Rechtsonder de apostel Johannes die dit visioen later heeft opgeschreven. Op elke zijde van de middenzaal komen drie poorten uit. In elke poort staat een van Jezus’ leerlingen. In de poorten boven: Petrus, Andreas en Judas Thaddeus; rechts opzij: Simon de Zeloot, Bartolomeus en een Jacobus; onder: Johannes, Filippus en Thomas; en links opzij: de andere Jacobus, Matteus en Mathias. Elk is getooid met een edelsteen. Dat idee heeft de kunstenaar ontleend aan het boek van de Openbaring (21, 9-27). Maar hij maakt het juist iets anders dan daar geschreven staat. Daar lezen we dat er engelen in de poorten staan; op de poorten staan de namen van de twaalf stammen. van Israël. De stad heeft twaalf grondstenen, elk van een ander edelgesteente; daarop de namen van de apostelen. De kunstenaar heeft – jammer genoeg – de namen van de twaalf stammen achterwege gelaten. Bovendien heeft hij de twaalf apostelen op de plaats van de engelen gezet, met behoud van hun edelgesteente. Hij heeft er nog bijgeschreven welke bijzondere symbolische betekenis elk edelgesteente heeft. En dan te bedenken dat het gaat over mensen die door hun tijdgenoten vol afschuw werden bejegend en voor onrein uitgemaakt. Mensen met een dubieus verleden. Mensen die terecht als zondaars konden worden aangemerkt. Jezus laat er geen twijfel over bestaan. En die mensen zouden een plekje bij God hebben? Ja, zelfs als toegangspoorten tot diens huis worden beschouwd?

Dat kan dan toch alleen maar, omdat hun alles wat er mis was gegaan, vergeven is!

Troostvol vooruitzicht. Want als er voor hen een plek bij God is, dan toch zeker ook voor u en mij?

[11e eeuw, handschriftverluchting. Spanje, Madrid, Biblioteca Nacionál. Dries van den Akker s.j. / 2011.05.18]

Verwijzingen
Johannes 14,01-06: Jaar A Paastijd 05e zo
Openbaring 21,09-27: Jaar C Paastijd 06e zo

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 4 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties
Ook interessant: www.heiligen.net