× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Komt allen tot Mij (1320)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

Een stoet van mensen trekt aan mij voorbij. Een armzalige stoet. Hulpbehoevende mensen. Ze bewegen zich in de richting van Jezus. Op onze afbeelding zijn zijn gezicht en zijn uitgestrekte arm nog juist zichtbaar. Zijn wereld en die van de smekelingen wordt gescheiden door een boom. Vooraan zit een man op de grond, half achterover; zijn rechterhand geopend naar Jezus, klaar om te ontvangen. Achter hem zitten nog twee mannen, meer rechtop: ook zij met geopende rechterhand. Achter hen rijst een in het blauw geklede vrouw uit boven alle anderen. Zij houdt een klein kind op haar handen vóór zich; alsof ze een geschenk aanbiedt. Het kind ziet er niet gezond uit; het heeft beide handjes uitgespreid. Achter die moeder nog een moeder in het rood; ook zij heeft een kind bij zich. Verborgen onder haar kleed zit het stevig tegen haar aangedrukt; alleen het hoofdje komt boven de kleding uit. Achter haar weer een man, leunend op een stok. Ook hij houdt de geopende rechterhand op. Achter hem tenslotte twee vrouwen. De voorste in een geel gewaad, leunend op een stok, krom voorovergebogen, onmachtig zich op te richten. De achterste ook enigszins voorovergebogen. Ook deze beide vrouwen houden de rechterhand op, als bedelaars.

Op de achtergrond eenvoudige huisjes; wellicht de woonplaats van deze mensen. Of – meer in overeenstemming met de opvattingen van Jezus’ tijd – zijn het de huisjes waaruit zij verdreven zijn. Ze zijn immers onrein door hun ziekte. God heeft hen gestraft, en nu moeten ze ver van de bewoonde wereld leven, zodat de gezonde mensen niet besmet raken. Want dat was de opvatting van de gelovige mensen in die dagen. Ziekte was een straf van God voor eerder begane zonden. Je werd er onrein door. Het isoleerde je.

Maar Jezus had van die opvatting niets willen weten. Hij sprak steeds over God als over zijn Vader. Die klaar stond met barmhartigheid en medelijden. Die de noodkreten van zijn volk hoorde en hun lijden kende, als was het zijn eigen lijden. Hij ging met noodlot of droefheid geslagen mensen juist niet uit de weg. Integendeel. Hij liet zich door hen raken, en dat gaf hun nieuwe moed. Toekomst. Opstanding. Vandaar ook dat we Hem horen roepen: “Kom maar naar Mij, als je ergens onder gebukt gaat...! Als je bij onze religieuze leiders en priesters niet terecht kunt, ja zelfs wordt weggestuurd, kom dan maar naar Mij toe. Dan zul je merken dat God een God van liefde is. Hij legt je geen ondraaglijke lasten op. Hij bevrijdt je er juist van. Ja, mijn juk is zacht; mijn last is verlichting!”

En zo zien we nog juist hoe Hij zich tot deze smekelingen wendt. Met een gebaar van zegen en toenadering. De complete afbeelding is helaas zeer gebrekkig. Ze werd gefotografeerd tegen aangebrachte verlichting in. Maar ze is juist duidelijk genoeg om te laten zien dat Jezus wordt vergezeld van zijn leerlingen. Zij zien hoe anders hun meester met ongelukkige mensen omgaat dan de religieuze leiders van hun dagen. Zij zullen straks Jezus’ werk moeten voortzetten. Zijn weg gaan. Dat wordt aangeduid doordat ze zijn afgebeeld op blote voeten.

Nu valt ons op dat ook de smekelingen zijn afgebeeld op blote voeten. Blijkbaar zijn ook zij volgelingen van Jezus, en gaan ze zijn weg. Door te vragen. Door hun armzalige toestand te erkennen en als bedelaars hun hand op te houden. Door te bidden. De gouden achtergrond strekt zich uit achter Jezus en zijn leerlingen links én de smekelingen rechts. Ze zijn allen opgenomen in Gods aanwezigheid.

Tussen Jezus en zijn leerlingen links en de smekelingen rechts staat die boom. Als ik het goed zie, zitten er vruchten aan die boom. Dat zal wel niet toevallig zijn.

Ik laat mijn blik langs elk van de hier afgebeelde personen gaan, en vraag mij af in wie ik mij het meest herken. En maak er mijn gebed van.

[1320, mozaïek. Turkije, Istanbul, voormalige kerk van de Verlosser in Chora. Dries van den Akker s.j. / 2011.06.28]

Verwijzingen
Matteus 11,28-30: Jaar A: Heilig Hart; door het jaar 14e zo
Advent 2e week wo
Door het jaar 15e week do

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 3 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties