× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Melkgevende Maria (ca 1900)   Verwijzingen

Klik op de pijl om de meditatie te beluisteren...  ...speel bestand af...

 

Op het eerste gezicht kijken we naar een volkomen normale afbeelding: een moeder die haar zoontje de borst geeft. Nou ja, geen gewone moeder, maar een vorstin met een kroon op. Misschien daarom des te intiemer. Ontroerend. Het kind Jezus dat van zijn moeder Maria de borst krijgt.
In het Nieuwe Testament zijn vier boekjes over Jezus opgenomen: ‘evangelies’. Geschreven door Matteus, Markus, Lukas en Johannes. Van hen zijn het alleen Matteus en Lukas die schrijven over Jezus’ kindertijd. Markus presenteert ons een volwassen Jezus die weldoende rondgaat, mensen geneest en preekt over een goede God. Johannes vat samen: ‘Jezus was genade op genade. Hij was een geschenk uit de hemel. Letterlijk. Zoon van God, God zelf! In Jezus is God mens geworden.’ Matteus en Lukas denken na over de consequenties van dat geloofsinzicht. Misschien wel geďnspireerd door die vrouw die na een preek van Jezus uitriep: ‘Zalig de schoot die u mocht dragen en de borsten die u mochten voeden.’
Als het waar is dat in deze Jezus God mens is geworden, dan is God als klein kind begonnen: in de moederschoot, aan de moederborst. Niet te geloven. Duizelingwekkend. Stel je voor: God ziet wat er op onze wereld allemaal misgaat, en vat het plan op om er zelf iets aan te komen doen. Eindelijk, zou je zeggen. Het werd tijd!
En wat verzint God? Hij besluit mens te worden. Op de manier, zoals dat bij mensen nu eenmaal gaat. Eerst, als ongeboren kind, negen maanden in de moederschoot. Vervolgens, als klein kind, volkomen afhankelijk van de zorgen die anderen aan Hem besteden. De God, van wie de oude boeken zeggen en zingen dat Hij almachtig is, vreeswekkend in zijn heerlijkheid… De God die je als mens niet kon zien van aangezicht tot aangezicht, zonder in leven te blijven… De God bij wiens verschijnen de bergen rookten, trompetten schalden, de fundamenten van de tempel dreunden en trilden… Die God verschijnt als een klein weerloos kind, dat alleen maar in leven kan blijven als mensen hun liefde en zorg aan Hem besteden.
Een God die zich moet laten voeden door - om zo te zeggen - onze moedermelk. Om die duizelingwekkende tegenstelling enigszins te verzachten, beeldt de kunstenaar Maria af met een kroon: het goddelijk Kind krijgt vorstelijke moedermelk. Of zegt de kunstenaar dat alle moedermelk vorstelijke voeding is? Dat alle zorg aan weerloze mensen besteed, vorstelijk is? Dat wij mensen ons koninklijk gedragen, als wij zorg en aandacht besteden aan anderen, als wij anderen - hoe dan ook - in leven houden?
Maria houdt het kleed van haar kind in de rechterhand. Zodat de blote kwetsbaarheid van het kind extra benadrukt wordt: zo is onze God! Je verstand staat er bij stil.
Ik zie hoe het kind met zijn linkerhand dat kleedje stevig vastgrijpt. Misschien verwijst dat kleed wel naar oude hymnes, waarin wordt gezongen dat God zich met een menselijk lichaam heeft bekleed; dat Hij onze menselijkheid heeft aangetrokken.
Ik herinner mij dat dit alles verwijst naar Gods bedoeling: het is zijn manier om de wereld te redden. Dat doet Hij niet buiten ons om. Hij heeft ons, mensen, er bij nodig. Hij denkt blijkbaar de wereld te redden door zich volkomen weerloos toe te vertrouwen aan onze zorgen. Door een beroep te doen op de liefde die in ons is…!

[ca 1900, houtsculptuur; Nederland, Vaals, Museum. Dries van den Akker s.j. /2012.11.17]

Verwijzingen
Feest 1 januari 0001: MARIA Maagd en Moeder van God
Lukas 11,27: -
Door het jaar 27e week za

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 4 mei 2018

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties