× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Latere taferelen van Jezus' openbaar leven

Vooraan in de noordelijke zijbeuk boven het grafmonument van Elisabeth Morgan, bevinden zichvier ramen. Zij geven een overzicht van Jezus’ leven. Het tweede van rechts bevat enkele taferelen uit de latere periode van Jezus’ openbaar leven.
Het heeft raamnummer 6 in de Oude Kerk.


De taferelen laten zich lezen van onder naar boven:

. Onderste laag: De opwekking van Lazarus
   [Johannes 11,1-44]

. Tweede laag van onder: Jezus’ intocht in Jeruzalem
   [Matteus 21,1-9] [Markus 11,1-10] [Lukas 19,28-38] [Johannes 12,12-16]

. Derde laag van onder: Laatste Avondmaal
   [Matteus 26,26-29] [Markus 14,22-25] [Lukas 22,15-20] [Johannes 13,1-2.21-30]

. Bovenaan: Getsemani (‘Jezus gebed in doodsangst in de Hof van Olijven’)
   [Matteus 26,36-46] [Markus 14,32-37] [Lukas 22,40-46]



De opwekking van Lazarus

Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zuster Marta woonden dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. De zusters stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’
Toen Jezus dit hoorde zei hij:
‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’ [-]
Nadat hij dat gezegd had zei hij:
‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken.’
De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’
Zij dachten dat hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was. Toen zei hij hun ronduit:
‘Lazarus is gestorven, en om jullie ben ik blij dat ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toe gaan.’[-]
Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef.
Marta zei tegen Jezus: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’ Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ [-]
Na deze woorden ging ze terug, ze nam haar zuster Maria apart en zei: ‘De meester is er, en hij vraagt naar je.’
Zodra Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta hem tegemoet was gekomen. Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen. Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en hem zag, viel ze aan zijn voeten neer.
Ze zei: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’
Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en dat ergerde hem.
Diep bewogen vroeg hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’
Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ Jezus begon ook te huilen. [-]
Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. Hij zei: ‘Haal de steen weg.’
Marta, de zuster van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’
Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’
Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek hij omhoog en zei:
‘Vader, ik dank u dat u mij hebt verhoord. U verhoort mij altijd, dat weet ik, maar ik zeg dit ter wille van al die mensen hier, opdat ze zullen geloven dat u mij gezonden hebt.’ Daarna riep hij: ‘Lazarus, kom naar buiten!’
De dode kwam te voorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’

[Johannes 11,1-44]

Links: Jezus in zijn wit-rode kleding. Achter hem twee van zijn leerlingen. Met zijn linkerhand wekt hij Lazarus op, die uit de donkerte van het rotsgraf tevoorschijn komt, geheel gehuld in witte windsels. Vóór Lazarus één van zijn beide zussen. De andere zus staat rechts: beiden spreiden zij de armen uit om verheugd hun gestorven broer in het midden van de levenden op te nemen. Tegelijk drukt hun gebaar ook verbijstering uit. Rechts onder aan een man, waarschijnlijk één van Lazarus’ vrienden die gekomen was om te rouwen. Ook zijn droefheid slaat om in verbijstering en vreugde.


Jezus’ intocht in Jeruzalem

Toen ze Jeruzalem naderden en in de buurt waren van Betfage en Betanië bij de Olijfberg, stuurde hij twee van zijn leerlingen vooruit. Hij zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra jullie er binnenkomen, zul je daar een ezelsveulen vastgebonden zien staan, dat nog nooit door iemand bereden is; maak het los en breng het hier. En als iemand jullie vraagt waarom jullie dat doen, zeg dan: “De Heer heeft het nodig, hij zal het meteen weer terugsturen.”’ Ze gingen op weg en vonden een veulen dat buiten op straat bij een deur was vastgebonden en ze maakten het los. Er stonden een paar mensen die vroegen: ‘Waarom maken jullie dat veulen los?’ Ze zeiden wat Jezus hun had opgedragen te zeggen en de mensen lieten hen begaan. Ze brachten het veulen naar Jezus en legden hun mantels op het dier en hij ging erop zitten. Velen spreidden hun mantels uit op de weg, anderen spreidden takken met bladeren uit, die ze in het veld afhakten. Allen die voor hem uit liepen of achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!’
[Markus 11,1-10]


Centraal zien we Jezus in zijn wit-rode kledij, gezeten op een jong ezeltje. Links en rechts zwaaien mensen met palmtakken. Aan de stand van hun monden te zien roepen ze de ‘o’ van Hosanna. Mantels worden voor de poten van het rijdier over de weg uitgespreid. De kunstenaar heeft ook Jezus zelf een palmtak in de hand gegeven. Dat is opvallend. Of verwijst het reeds naar zijn aanstaande marteldood. In de kunst worden martelaren afgebeeld met de palmtak van de overwinning: zij hebben de goede strijd gestreden, de overwinning behaald op het kwaad.
De kunstenaar heeft zijn compositie zo opgebouwd dat Jezus op mij, als toeschouwer, toe komt rijden.

Meditatie: ‘Jezus' Intocht in Jeruzalem (1957) I’
Meditatie: ‘Jezus' Intocht in Jeruzalem (1957) II’


Laatste Avondmaal

Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
[Johannes 13,1-2]

Dan wast Jezus zijn leerlingen de voeten in de hoop dat zij aan zijn dienstbaarheid een voorbeeld nemen.

Toen werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’ De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie hij bedoelde. Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan, en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop, ‘zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht. [Johannes 13,21-30]

Jezus in zijn wit-rode kledij aan het hoofd van de tafel. Hij heeft brood en beker in de hand. Tegen zijn borst gevlijd ligt de geliefde leerling. Sommige leerlingen hebben een stuk brood in de hand of eten ervan. Anderen hebben hun gespreid in gebedshouding. Op de voorgrond zitten twee leerlingen; vier in het linker raamvlak en rechts vijf. Daar zien we ook hoe de twaalfde, Judas, met de geldbuidel vertrekt…
Midden op tafel de schaal met het paaslam waarvan geen der botten is gebroken. Naast het brood en de wijn is ook dat een symbolische verwijzing naar Jezus, van wie straks aan het kruis, geen been zal worden gebroken.


Jezus’ gebed in Getsemani

Rechts Jezus in zijn wit-rode kledij. Zijn geknielde houding en de beweging van zijn handen duiden erop dat hij in gebed is, in gesprek met de onzichtbare God. Het lijden dat Hem straks zal overkomen, staat Hem duidelijk voor ogen. Daarop duidt ook de kelk die boven Hem zichtbaar is. Verwijzing naar wat Hij bidt: ‘Vader, als het mogelijk is, laatr deze kelk dan aan mij voorbijgaan.’
Links de leerlingen Petrus, Johannes en Jacobus. Jezus had hen meegenomen in de hoop dat ze Hem in zijn gebed zouden vergezellen. Ze zijn echter in slaap gevallen…

Ze kwamen bij een olijfgaard die Getsemane heette, en hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Blijven jullie hier zitten, terwijl ik ga bidden.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden en zei tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier waken.’ Hij liep nog een stukje verder, liet zich toen op de grond vallen en bad dat dit uur zo mogelijk aan hem voorbij mocht gaan. Hij zei: ‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg. Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.’ Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je? Kon je niet één uur waken?’ [Markus 14,26-31]

© A. van den Akker s.j.

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties