× 
Klik in dit venster
op: http://heiligen.net
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

welkom menu contact zoeken
KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...
Jezus' graflegging, opstanding en hemelvaart

Vooraan in de noordelijke zijbeuk boven het grafmonument van Elisabeth Morgan, bevinden zich vier ramen. Zij geven een overzicht van Jezus’ leven. Het meest rechtse raam bevat enkele taferelen aangaande Jezus’ graflegging, opstanding uit de dood en zijn hemelvaart.
Het heeft raamnummer 7 in de Oude Kerk.


De taferelen laten zich lezen van onder naar boven:

. Op de onderste laag: Jezus’ graflegging
   [Matteus 27,57-61] [Markus 15,42-47] [Lukas 23,50-56] [Johannes 19,38-42]

. Daarboven: Jezus’ opstanding uit de dood
   [Markus 1,35]

. Erboven links: ontmoeting met Maria Magdalena
   [Johannes 20,11-18]
   rechts: ontmoeting met de Emmausgangers
   [Lukas 24,13-31]

. Bovenaan: Jezus’ hemelvaart
   [Lukas 24,50-52] [Handelingen 1,4-11]



Jezus’ graflegging

Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea, die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was, aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. Nikodemus, die destijds ‘s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra.
Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

[Johannes 19,38-42]

Jozef van Arimatea en Nicodemus dragen Jezus in een lijkwade. Het is onduidelijk wie van hen links, en wie rechts staat. Ze staan op het punt Jezus in een sarcofaag te laten zakken. Vóór de sarcofaag een teiltje met een spons en een achteloos weggeworpen doek.
In het midden achter de lijkwade: Jezus’ moeder Maria in het wit en het blauw, en de geliefde leerling Johannes in het wit en het rood. Vlak voordat Jezus stierf aan het kruis had hij aan Maria gezegd, doelend op Johannes:
‘Ziedaar uw zoon.’ En tot Johannes: ‘Ziedaar je moeder’ [Johannes 19,26-27].
Op de voorgrond links: Maria Magdalena die zielsveel van Jezus hield; ze is onder meer herkenbaar aan haar lange afhangende haren, teken van boete.
De kunstenaar heeft het tafereel zo gecomponeerd dat ook ik, als toeschouwer, behoor bij de aanwezigen van dit gebeuren, en bij het rouwritueel word betrokken.


Jezus’ opstanding

Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten ...
[Markus 1,35]

Door geen van de evangelisten wordt Jezus’ opstanding uit de dood als zodanig beschreven. Er wordt alleen gezegd dát Jezus is opgestaan.
In het middelste tracé staat Jezus, nu niet in wit en rood, maar in wit en goud gekleed. Hij staat op een wolk. De rechterhand geheven in een gebaar van zegen; in de linkerhand een overwinningsvaandel.
Links en rechts op de voorgrond twee (of drie) slapende soldaten. Matteus vertelt dat de joodse overheden Pilatus om wachters bij het graf hadden verzocht:

‘…na de voorbereidingsdag gingen de hogepriesters en de Farizeeën samen naar Pilatus. Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood, ”en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten [Matteus 27,62-66].

Gods kracht is sterker dan welke bewapening dan ook!
Rechts zien we een engel, herkenbaar aan zijn vleugels. Hij is gekleed zoals op de andere afbeeldingen Jezus gekleed ging: in het wit en het rood. Links komen er vrouwen naar het graf. Ze dragen doeken en balsem om Jezus alsnog netjes af te leggen, want eergisteren was het er niet meer van gekomen, omdat de sabbat aanbrak. Op de achtergrond steken de drie kruisen van nog af tegen de inmiddels heldere hemel.

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd”’ [Markus 16,1-7].


Ontmoeting met Maria Magdalena

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast, ‘zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.
[Johannes 20,11-18]



Ontmoeting met twee leerlingen uit Emmaus

Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden. Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten. Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem…
[Lukas 24,13-31]

Jezus breekt het brood om het met de twee mannen te delen. Terwijl op de achtergrond een dienaar (of dienares?) wijn inschenkt, nemen de beide leerlingen een houding aan van aanbidding en heffen zij hun handen van verbazing ten hemel.


Jezus’ hemelvaart

In het midden Jezus, weer gekleed in wit en rood, staande op een wolk. Zijn handen ten zegen over de aanwezigen uitgespreid. Links en rechts beneden: leerlingen die naar Hem opzien. Links en rechts komen van boven uit de hemel twee engelen aangevlogen…
De kunstenaar brengt links en rechts een duidelijke scheiding aan tussen de mensen beneden en de engelen boven. Maar in het middelste tracé vormt Jezus de verbinding tussen die twee werelden…

Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’
Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’
Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’

[Lukas 24,50-52 * Handelingen 1,4-11]

© A. van den Akker s.j.

Over beeldmeditaties Voorbereiding
Inrichting website Leeswijzer
Auteurs / Afb. Alle 435 meditaties